Stichting Actie voor Dyslexie

23 februari 2005

Bij mijn werkzaamheden als consulente dyslexie en speciaal onderwijs van de Stichting “Voor Elkaar” ben ik al verschillende keren met het volgende geconfronteerd.

Jonge kinderen (5, 6, 7 jaar) worden na een laag uitgevallen meting van hun verbale intelligentie verwezen naar het SBO (MLK) of speciaal onderwijs cluster-3 (ZMLK) .
Deze kinderen belanden zo op een type onderwijs waar noch hun capaciteiten ontwikkeld, noch hun problematiek onderkend en begeleid kunnen worden. Ze passen zich aan de groep en aan de verwachting van de leerkrachten aan.

Kinderen met dyslexie hebben rond hun 6e/7e levensjaar al een taalachterstand en worden getoetst op “verbale” wijze met veel “verbale” instructies, waarbij vastgehouden wordt aan de tijdsnormering van de test. Tezamen zijn dit bij uitstek de voorwaarden om een kind met dyslexie laag te laten scoren en zo in een intelligentietest lager uit te komen dan zijn/haar mogelijkheden.

Praktijkvoorbeeld:

Bij een kind van 5 jaar en 6 maanden wordt middels een verbale test een IQ vastgesteld van 75. Nagenoeg gelijktijdig stelt een audiologisch centrum, met behulp van een non-verbale test, een IQ van 100 vast.

Het kind wordt behandeld voor dyslexie en we zien dan de volgende ontwikkelingen:

7 jaar en 8 maanden: WISC-R

Verbaal IQ 82

Performaal IQ 99

8 jaar en 7 maanden: WISC-R

Verbaal IQ 90

Performaal IQ 99

We zien hier dus nu een kind met een normale intelligentie die, door het tijdig onderkennen en behandelen van dyslexie, regulier onderwijs kan volgen.

Stelling

Naar aanleiding van deze ervaring stellen wij dat:
Kinderen met taalbelemmering (zwak fonemisch bewustzijn en fonologische tekorten, auditieve informatie verwerkingsstoornis, taalachterstand) zwaar benadeeld worden door:

Mening van deskundigen

Wij vroegen aan enkele deskundigen hun mening over deze stelling.

Een leerkracht SBO (MLK): (h)erkent de problematiek. Twee kinderen in haar klas corresponderen met bovengenoemd profiel. De leerkracht bevestigt dat deze kinderen zich aanpassen aan de groep. De vraag: "kunnen jullie niet deze kinderen weigeren omdat ze niet daar horen," wordt met een zucht beantwoord.

Een orthopedagoog zegt: Vele kinderen (zelfs met duidelijke vormen van dyslexie) worden ook bij een psychologisch onderzoek in groep 3, 4 niet als dyslectisch onderkend.
Dit komt vooral voor als deze kinderen al andere gezondheidsproblemen hadden (b.v. geboorteproblematiek). Bij de diagnostiek wordt eerder gedacht aan lichte zwakbegaafdheid, zeker bij jonge kinderen Deze kinderen worden dan duidelijk benadeeld door de vorm, inhoud en normering van de toetsen.

Een coördinator WSNS: Het gebruik van de WISC bij kinderen jonger dan 7 jaar wordt door mij niet aanbevolen als vermoed wordt dat het kind mogelijk zwak functioneert. Wij kiezen dan eerder voor RAKIT of SON. Mijn aanbeveling is derhalve niet te snel te grijpen naar intelligentietoetsen, maar het onderzoek te richten op vastleggen van anamnestische gegevens, onderwijskundig aanbod, handelingsplanning en onderzoek naar de taalontwikkeling.