logopedie

Wat is logopedie ?      

Logopedie is een paramedisch beroep in de gezondheidszorg en in het onderwijs. De logopedie houdt zich bezig met de preventie, het onderzoek en de behandeling van stoornissen en beperkingen op het gebied van spraak, taal, stem en gehoor.

Het woord 'logopedie' is samengesteld uit de Griekse woorden 'logos' en 'paidein'. 'Logos' staat voor gesproken woord en 'paidein' voor opvoeden. Logopedie betekent dus 'opvoeden tot het gesproken woord'. Vroeger gebruikte men hiervoor wel eens de term 'spraakleraar'.

Logopedie heeft inmiddels een hele ontwikkeling doorgemaakt. Logopedie houdt ook in: hulpverlening bij stoornissen en beperkingen in de communicatie. Communicatie is meer dan praten alleen. Communicatie omvat vele uitingsvormen, waaronder taal, lezen en schrijven, gebaren, spraakafzien en ondersteunde communicatiesystemen.

Wat doet een logopedist ?      

De logopedist geeft in de eerste plaats behandeling (therapie) na een grondig onderzoek. Zo 'n behandeling heeft tot doel stoornissen in het normale communicatiegedrag te voorkomen, te beperken of te verhelpen. Hiervoor gebruikt de logopedist specifieke methodes die gegroeid zijn uit wetenschappen als geneeskunde, psychologie, opvoedkunde, taalkunde, uit de communicatieweten≠schappen en zelfs de muziekpedagogie.

Naast behandeling geeft de logopedist ook adviezen en informatie. Hiermee begeleidt de logopedist ook de omgeving van mensen met spraak-, taal-, stem- en gehoorstoornissen.

De logopedist werkt vaak samen met andere deskundigen: een arts, een tandarts een psycholoog, een leerkracht of een andere paramedicus. Uiteraard kan een stoornis in de communicatie ook verholpen of gunstig beÔnvloed worden door bijvoorbeeld een medische, een tandheelkundige, een psychologische of een andere behandeling. Daarom juist blijft samenwerking tussen de verschillende deskundigen zo belangrijk.

Waarom is logopedie nodig ?       

Meer dan ooit leven wij in een communicatiemaatschappij. Goede communica≠tieve vaardigheden en een normale taalontwikkeling zijn belangrijk voor de overdracht van informatie, kennis en gevoelens. Dankzij communicatie en taal is het mogelijk om met anderen samen te leven. Bovendien is taal een belangrijke voorwaarde om goed te leren lezen, schrijven en rekenen. Communicatie- en taalstoornissen hebben bijgevolg een negatieve invloed op ons sociaal en emotioneel leven. Logopedie richt zich op de hulpverlening bij communicatie≠stoornissen en vervult daarom een duidelijke maatschappelijke rol.

Welke stoornissen behandelt een logopedist ?      

Hier volgt een opsomming van de problemen waar een logopedist zich mee be≠zighoudt. Deze kan men groeperen in de volgende vakgebieden: spraak-, taal-, stem- en gehoorstoornissen (indeling en opsomming zijn zeker niet volledig).

1. Spraakstoornissen      

Articulatiestoornissen

Het betreft hier stoornissen waarbij spraakklanken niet of verkeerd uitge≠sproken worden. Het kan dus zowel om een weglating, vervanging of vervorming gaan.

De bekendste articulatiestoornissen zijn het lispelen en het niet kunnen uit≠spreken van de [r]. Soms komt een meervoudige articulatie≠stoornis voor. Daarbij worden verscheidene klanken weggelaten, vervangen of vervormd. Wanneer een kind in zijn spraakontwikkeling duidelijk achter is bij het gemiddelde van zijn leeftijdgenoten, spreken we van een vertraagde spraakontwikkeling.

Bij open neusspraak ontsnapt er te veel lucht langs de neus. Bij gesloten neusspraak ontsnapt de lucht bij vorming van de nasale medeklinkers [m],  [n], [ng] door de mond.

Afwijkend mondgedrag

Er bestaat een duidelijk verband tussen mondgewoonten en articulatie. Afwijkend mondgedrag, zoals mondademen, duimzuigen en tongpersen (foutief slikken), resulteert vaak in een spraakstoornis. Er is ook een verband tussen gebitsafwijkin≠gen en afwijkende mondgewoonten. Het komt wel vaker voor dat de logopedist afwijkende mondgewoonten en articulatie samen behandelt. De orthodontist behandelt dan de gebitsafwijking.

Motorische spraakstoornissen (dysarthrie)

Bij patiŽnten met een aandoenig van het zenuwstelsel is meestal ook de spraak gestoord. Bij kinderen gaat het om hersenverlamming of een spierziekte. Bij volwassenen is er sprake van een verworven stoornis. Voorbeelden hiervan zijn dysarthrie ten gevolge van de ziekte van Parkinson of ten gevolge van multipele sclerose.

De spraak is moeilijk verstaanbaar omwille van een stoornis in de spierspanning en/of de coŲrdinatie van de spieren. De logopedist geeft oefeningen om de spraak en de andere mondfuncties te verbeteren. Daarnaast wordt er ook gezocht naar hulpmiddelen om de spraak te ondersteunen of te vervangen.

Stotteren

Stotteren is een stoornis in het vloeiende verloop van de spreekbeweging. Stotteren kan zich uiten in het herhalen van klanken of woorddelen, het aan≠houden van klanken of het blokkeren bij het op gang komen van de stemgeving en de articulatie. Naarmate de stoornis ernstiger wordt, treden secundaire gedragingen op. We zien dan bijvoorbeeld negatieve emotionele en cognitieve reacties. Deze kunnen resulteren in spreekangst en vermijdingsge≠drag.

Stotteren begint nagenoeg steeds tussen het tweede en het zevende levens≠jaar. Vroegtijdig ingrijpen is cruciaal om stotteren niet te laten evolue≠ren tot een handicap.

2. Taalstoornissen      

Taalontwikkelingsstoornissen

De taalontwikkeling verloopt volgens een bepaald patroon (de verschillende stadia van de taalontwikkeling). Bij een aantal kinderen kent deze ontwikke≠ling een vertraagd of afwijkend verloop. Logopedisten spreken dan over een dysfatische ontwikkeling of een primaire  taalontwikkelingsstoornis.

De stoornis treft zowel de ontwikkeling van de taalvorm (verbuigingen en vervoegingen en de zinsbouw), de taalinhoud (woordenschat) als het taalgebruik.

Soms vertoont het kind ook kenmerken van hyperkinetisch gedrag en stoornissen in de aandacht en de concentratie.

Als de taal zich niet normaal ontwikkelt ten gevolge een verstandelijke handicap, een gehoorstoornis of een psychische stoornis, dan spreken we van een secundaire taalontwikkelingsstoornis.

Lees-, schrijf- en rekenstoornissen

Lees-, schrijf-, en rekenstoornissen (dyslexie, dysorthografie en dyscalculie)  vinden hun oor≠sprong in tekorten in het taalvermogen van het kind, terwijl er sprake is van een normale intelligentie. Het kind heeft dan problemen met het omzetten van de gesproken taal in geschreven taal (spellen). Maar ook het omzetten van schrijftaal naar spraak (lezen) verloopt moeilijk. Bij rekenstoornissen is er sprake van een achterstand voor specifieke rekenvaardigheden.

Afasie

Afasie is een verworven taalstoornis (na een beroerte of een trauma). Iemand met afasie verliest door een hersenletsel zijn vermogen om taal te begrijpen en/of te gebruiken. Ook het le≠zen en schrijven kunnen aangetast zijn. Andere bijkomende stoornissen zijn: verlammingen, problemen met het geheugen, oriŽntatieproblemen, ...

Taalstoornissen bij dementie

Bij dementie (ziekte van Alzheimer of andere ouderdomsziekten) wordt naast het geheugen ook het taalvermogen aangetast.

3. Stemstoornissen      

Heesheid of stemverlies kunnen zowel een organische als een functionele oorzaak hebben. Tot de organische oorzaken rekenen we bijvoorbeeld stembandverlamming en strottenhoofdkanker. De functionele oorzaken zijn verkeerd stemgebruik (foutieve stem≠techniek) of stemmisbruik (veelvuldig roepen). Deze functionele stemstoornissen kunnen ook aanleiding geven tot een organische afwijking, zoals bijvoorbeeld stembandknobbels.

Nogal wat beroepsspre≠kers (leerkrachten) krijgen in hun loopbaan te maken met stemstoornissen. De logopedist bouwt het foutief stemgedrag af en leert het juiste stemgedrag weer aan.

Na operatief verwijderen van de stembanden bij strottenhoofdkanker leert de logopedist de patiŽnt weer spreken met een stemprothese. Ook bij een stembandverlamming kan logopedie het herstel gunstig beÔnvloeden.

4. Gehoorstoornissen      

Communiceren en spreken zijn moeilijk als je niet goed hoort.

De logopedist kan onder meer ingeschakeld worden bij de volgende taken:

         gehooronderzoek

         revalidatie na het aanpassen van een hoortoestel

         trainen van het spraakafzien (liplezen)

         begeleiden van de spraak- en taalontwikkeling bij jonge kinderen met een aangeboren of vroegtijdig verworven gehoorstoornis.

Bron http://www.heerderrein.nl/HTM/logopedie-extra.htm