Intelligentietesten

Wanneer is het zinvol om uw kind op intelligentie te laten testen?

Ouders hebben verscheidene redenen om intelligentieonderzoek te laten doen:

      Als er een groot verschil is tussen wat het kind in de thuissituatie laat zien in vergelijking met de schoolsituatie.

Bijvoorbeeld wanneer uw kind voor uw gevoel beneden zijn/haar niveau presteert;

      Als de school een ander beeld van uw kind heeft waarbij een onderzoek verheldering kan bieden;

      Wanneer de cito score laag uitvalt kan een intelligentieonderzoek als second opinion worden ingezet;

      Wilt u weten wat de sterk en minder sterk ontwikkelde cognitieve vaardigheden van uw kind zijn?

Zo kan een zo specifiek mogelijke begeleiding geboden worden.

      Zijn er vermoedens van hoogbegaafdheid?

      Wilt u weten of dat de zwakkere prestaties van een kind verklaard kunnen worden door zijn/haar intelligentievermogen?

 

Is er sprake van:

      gedragsproblemen?

      concentratieproblemen?

      vermoedens van hoogbegaafdheid;

      faalangst?

      onderpresteren of overpresteren?

      instructie niet lijkt te begrijpen?

      problemen in de informatieverwerking?

      moeite met rekenen?

      moeite met lezen?

      onbegrijpbaar gedrag?

      leerproblematiek?

      wanneer de lesmethoden niet lijken aan te sluiten bij uw kind;

      schooladvies zowel in het basis- als in het voortgezet onderwijs

 

Momenteel gebruik ik de WISC-V voor individueel diagnostisch onderzoek.
 
De testen geven een goed en uitgebreid beeld van de capaciteiten van het kind. Aanvullende informatie wordt gegeven over sterktes en zwaktes van uw kind.
 
De SON-R is een zeer goede intelligentietest. Deze test is niet aan te bevelen als het te testen kind de Nederlandse taal goed beheerst. Het is een non-verbale test en zegt dus niets over de verbale capaciteiten van het te testen kind.
 
De verbale capaciteiten zijn goede voorspellers van hoe het kind op de school uiteindelijk zal functioneren.
Bij de overgang van de basisschool naar het voortgezet onderwijs is dan ook het resultaat van begrijpend lezen van belang.
 
Voor zeer jonge kinderen, tussen de 4 en 7 jaar wordt de RAKIT of de SON-R afgenomen. Mogelijk is het niet zinvol om zeer jonge kinderen zo vroeg te testen op intelligentie. Het IQ is dan nog niet stabiel.
 
1. WISC-V 2018 INTELLIGENTIETEST 6-17 jaar

Omdat kinderen de kans lopen om op school wat achter te blijven met hun prestaties, wordt vaak aangeboden om hen een intelligentietest af te laten nemen. Op zichzelf natuurlijk geen enkel probleem. Maar deze kinderen laten zich echter lastig testen omdat ze soms gewoon geen zin hebben of omdat de test te lang duurt om het hoge niveau van concentratie, dat daarbij hoort vast te houden. De uitkomst dient dus altijd met enige argwaan bekeken te worden.

Om ouders toch een indruk te geven van zo'n intelligentietest bespreken wij hier de meest gebruikte de WISC-V. Deze test meet het algemene intelligentieniveau van een kind.

De WISC-V (Wechsler Intelligence Scale for Children-Revised for the Netherlands) stamt uit 2018 en is een vervolg op de WISC-III.

 

De WISC-V is een individueel af te nemen instrument voor een uitgebreid onderzoek naar de intelligentie van kinderen van 6 jaar en 0 maanden tot en met 16 jaar en 11 maanden.

 

De WISC-V heeft/geeft t.o.v. de WISC-III IQ test:

 

-    Een betere aansluiting bij de intellectuele ontwikkeling van uw kind

 

Ł  Verbetering van de formulering van de instructies;

Ł  Verbetering van items, scoringcriteria en de tijdbonuspunten.

 

-    Vergroting van de gebruiksvriendelijkheid

 

Ł  Bescherming van iteminhoud;

Ł  Overeenstemming in subtestnamen;

Ł  Afnametijd is zo kort mogelijk gemaakt;

Ł  Meer flexibiliteit.

Door regels voor het ongeldig verklaren, schatten en vervangen bij indexscores sterk te vereenvoudigen en daardoor gemakkelijker om toe te passen;

Ł  De afbreekregels zijn waar mogelijk teruggebracht.

Dit maakt het tijdens de afname eenvoudiger om de afbreekregel te herinneren;

Ł  Meer indexscores worden verkregen.

-    Verbetering van de psychometrische eigenschappen

Ł  Bodem- en plafondeffecten.

Aandacht voor de bodems en plafonds van de subtests zorgt voor een adequate scorerange, zodat een brede range aan cognitieve vaardigheden wordt vertegenwoordigd variŽrend van extreem laag 40 < TIQ < 69 tot zeer hoog 130 < TIQ < 160. Om ervoor te zorgen dat de subtests deze range van vaardigheden goed blijven meten zijn waar nodig zowel items met een hoge als items met een lage moeilijkheidsgraad toegevoegd.

Ł  Mogelijke significatieniveaus voor kritieke waarden.

De mogelijke significatieniveaus voor kritieke waarden die worden gebruikt voor het uitvoeren van scorevergelijkingen zijn uitgebreid van twee naar vier. De niveaus .01 en .10 zijn nu beschikbaar naast de niveaus .05 en .15.

 

-    Vergroten van de klinische toepasbaarheid

 

Ł  Het meten van de verwerkingssnelheid.

De subtests voor verwerkingssnelheid zijn herzien om digitalisering beter mogelijk te maken, de scoring te verbeteren en om de itemkarakteristieken gelijkelijk over de subtests te verdelen;

Ł  Teststructuur.

De primaire indexscores van de WISC-V vertegenwoordigen cognitieve processen die van belang zijn voor neuropsychologisch onderzoek;

Ł  Aanvullende indexscores.

De aanvullende indexscores kunnen worden gebruikt voor aanvullende of ondersteunende informatie over de prestatie van een kind op de WISC-V.

Ł  Processcores.

Er is een groter aantal processcores. Dit maakt een diepgaandere interpretatie en beter begrip van scores vanuit het perspectief van de procesaanpak.

 

 

 

Wat is intelligentie?

Een werkbare definitie van intelligentie kan zijn: het vermogen om relaties tussen personen en/of zaken te begrijpen, om na te denken, om problemen op te lossen en om je aan te passen aan nieuwe situaties.

Wat meten intelligentietests?

Intelligentietests meten het vermogen van een individu om de wereld om hem heen te begrijpen en zijn vindingrijkheid bij de omgang met de uitdagingen hierin.




Een IQ van rond de 100 wordt als gemiddeld gezien. De helft van de Nederlanders hebben een IQ dat ligt tussen de 90 en de 110. De rest zit daar boven of beneden. ††††††

Classificatie

IQ-intervalindeling

extreem hoog

> 130

zeer hoog

120-129

hoog in het gemiddelde gebied

110-119

gemiddelde

90-109

laag in het gemiddelde gebied

80-89

zeer laag

70- 79

extreem laag
lichte verstandelijke beperking

<70

matige verstandelijke beperking

35-49

ernstig verstandelijke beperking

20-34

diepe verstandelijke beperking

<20

Teststructuur van de WISC-V

De WISC-V heeft drie interpretatieniveaus:

1)   totaalscore in de vorm van het Totaal IQ;

2)   primaire index en

3)   aanvullende index.

 

Op elk niveau zijn er meerdere indexen.

Elke index is een combinatie van subtests die worden gebruikt om de normgerichte informatie voor de indexscore te bepalen.

Totale Schaal

Verbaal Begrip

Visueel Ruimtelijk

Fluid Redeneren

Werk-geheugen

Verwer-kings-snelheid

 

Overeen-komsten

Blok-patronen

Matrix Redeneren

Cijfer-reeksen

Symbool Substitutie Coderen

Woorden-schat

Figuur Samenstellen

Gewichten

Plaatjes-reeksen

Symbool Zoeken

Begrijpen

 

Rekenen

Cijfers en Letters Nazeggen

Figuur Zoeken

 

Primaire indexen

Verbaal Begrip

Visueel Ruimtelijk

Fluid Redeneren

Werk-geheugen

Verwer-kings-snelheid

 

Overeen-komsten

Blok-patronen

Matrix Redeneren

Cijfer-reeksen

 

Symbool Substitutie Coderen

Woorden-schat

Figuur Samen-stellen

Gewichten

Plaatjes-reeksen

Symbool Zoeken

 

Aanvullende indexen

Kwantita-tief Redeneren

Auditief Werk-geheugen

Non-Verbaal

Algemene Vaardig-heid

Cognitieve Competen-tie

 

Gewichten

 

Cijfer-reeksen

 

Blok-patronen

 

 

Overeen-komsten

 

Cijfer-reeksen

Rekenen

Cijfers en Letters Nazeggen

Figuur Samen-stellen

Woorden-schat

Plaatjes-reeksen

 

 

 

Matrix Redeneren

Blok-patronen

Symbool Substitutie Coderen

 

 

Gewichten

 

Plaatjes-

Matrix Redeneren

 

Symbool Zoeken

 

 

reeksen

 

Gewichten

 

 

 

Symbool Substitutie Coderen

 

 

 

 

 

Het IQ is samengesteld uit 5 indexscores:

Primaire indexscores

Afkorting

Verbaal Begrip Index

VBI

Visueel Ruimtelijk Index

VRI

Fluid Redeneren Index

FRI

Werkgeheugen Index

Wgl

Verwerkingssnelheid Index

Vsl

De Verbale Begrip Index meet

De Visueel Ruimtelijke Index bestaat uit

Fluid Redeneren Index meet

Het Werkgeheugen Index wordt gedefinieerd als het vermogen om informatie te onthouden terwijl deze informatie tegelijkertijd wordt gebruikt om een bepaalde cognitieve taak uit te voeren en af te ronden. Werkgeheugen is een kernaspect van het intellectueel functioneren.

 

De Verwerkingssnelheid Index bestaat uit

Aanvullende indexscores

Afkorting

Kwantitatief Redeneren Index

KRI

Auditief Werkgeheugen

AWI

Non-Verbale Index

NVI

Algemene Vaardigheid Index

AVI

Cognitieve Competentie Index

CCI

De Kwantitatief Redeneren Index

Het Auditief Werkgeheugen Index bestaat uit

De Non-Verbale Index meet

De Algemene Vaardigheid Index is

De Cognitieve Competentie Index is

Het Totaal IQ bestaat uit

Subtests

Afkorting

CategorieŽn

Blokpatronen

BP

Primair (TIQ)

Overeenkomsten

OV

Primair (TIQ)

Matrix Redeneren

MR

Primair (TIQ)

Cijferreeksen

CR

Primair (TIQ)

Symbool Substitutie Coderen

SSC

Primair (TIQ)

Woordenschat

WS

Primair (TIQ)

Gewichten

GW

Primair (TIQ)

Figuur Samenstellen

FS

Primair

Plaatjesreeksen

SZ

Primair

Symbool Zoeken

SZ

Primair

Cijfers en Letters Nazeggen

CLN

Secundair

Figuur Zoeken

FZ

Secundair

Begrijpen

BG

Secundair

 

en het performale IQ. Het verbale IQ bestaat uit de taalvaardigheden. Het performale IQ meet de ruimtelijke vaardigheden.

Met een intelligentietest kan niet worden vastgesteld of iemand autisme, dyslexie, ADHD, of een andere ontwikkelings-, gedrags- of leerstoornis heeft. Wel geeft het een indicatie over de mogelijkheid van het voorkomen van dyslexie, faalangst, etc.

De WISC-V 2018 test is opgebouwd uit 14 subtests. Deze subtests bestaan uit verschillende vragen en opdrachten. Het begin van iedere afzonderlijke subtest is steeds eenvoudig en wordt steeds moeilijker naarmate de subtest vordert.

De Orthopedagoog die de test afneemt legt elke nieuwe subtest met een voorbeeld uit. Daarna is het kind aan de beurt. Er wordt gestopt met iedere subtest wanneer de vragen of de opdrachten te moeilijk worden. De subtest wordt afgebroken als het kind een aantal vragen achtereenvolgens onjuist beantwoord heeft.

De Nederlandstalige WISC-V bestaat uit veertien subtests. subtests van de WISC-V.
 
Per subtest wordt aangegeven wat voor taak het kind moet uitvoeren en wordt besproken welk construct de subtest beoogt te meten.
 
De subtests worden hier behandeld per index.
 
Subtests Verbaal Begrip Index
 
Subtest Overeenkomsten
 
De testleider laat een aantal woordparen horen. Het kind moet telkens de overeenkomst aangeven tussen de twee woorden.
 
Deze subtest zegt iets over het logisch redeneren en is ontworpen om verbale conceptvorming en abstract redeneren te meten.

Subtest Woordenschat

Woordenschat bestaat uit visuele en verbale items. Bij de visuele items moet het kind afgebeelde objecten benoemen. Bij de verbale items moet het kind de betekenis van de voorgelezen woorden geven.
Dit onderdeel bestaat uit vragen naar algemene kennis. Veelal feiten of informatie die het kind in zijn omgeving heeft opgedaan.
 
Deze subtest is ontworpen om woordkennis en verbale conceptvorming te meten.
 
Subtest Begrijpen
Over algemene principes en allerlei sociale situaties worden vragen gesteld en het kind moet deze beantwoorden.
 
Deze subtest zegt iets over het vermogen om sociale situaties te doorzien en te begrijpen. De subtest is ontworpen om verschillende vaardigheden te meten zoals verbaal redeneren en conceptualiseren, verbaal begrip en expressie, het vermogen om eerdere ervaringen te evalueren en te gebruiken en het vermogen om algemene kennis en oordelen te laten zien.
 
Subtests Visueel Ruimtelijke Index
 
Subtest Blokpatronen
 
Met blokken moet het kind patronen naleggen. Bij Blokpatronen legt het kind binnen een bepaalde tijdslimiet de bovenzijde van een driedimensionaal model of een afgebeeld patroon na met rood-witte blokken.
 
Deze subtest zegt iets over het ruimtelijk inzicht en is ontworpen om het vermogen te meten om abstracte visuele stimuli te analyseren en te combineren. Ook non-verbale
 
Subtest Figuur Samenstellen

Binnen een bepaalde tijdslimiet bekijkt het kind een complete puzzel en selecteert drie antwoordopties die tezamen de puzzel vormen.
 
Deze subtest is ontworpen om mentale, niet-motorische constructievaardigheid te meten waarbij visueel en ruimtelijk redeneren nodig is, mentale rotatie, visueel werkgeheugen, begrip van deel-geheelrelaties en het vermogen om abstracte visuele stimuli te analyseren en te combineren.
 
Deze subtest meet ook visuele verwerking en aandacht, ruimtelijke relaties, integratie en synthese van deel-geheel-relaties, non-verbaal redeneren en trial-and-errorleren.
 
Subtests Fluid Redeneren Index
 
Subtest Matrix Redeneren
 
 
 
Subtest Gewichten
 
 
 
Subtest Rekenen
 
Aan de hand van verhaal-sommen moet het kind de antwoorden uit het hoofd uitrekenen. Deze subtest zegt iets over de rekenvaardigheid.
 
 
 
 
Subtest 8: Figuur leggen

Het kind moet puzzels maken met ongekleurde puzzelstukjes. Deze subtest zegt iets over de vaardigheid om van delen een geheel te maken.
 
 
Subtest 10: Substitutie

Het kind krijgt een vel papier met een heleboel cijfers erop. Bij elk cijfer hoort een bepaald teken (in een voorbeeld is te zien welk teken dat is). Het kind moet de tekens zo snel mogelijk achter de cijfers invullen. Deze subtest zegt iets over het visuele korte-termijn geheugen.
 
Subtest 11: Cijferreeksen

Cijferreeksen moeten worden nagezegd. Naarmate de test vordert worden deze reeksen langer. Eerst moeten ze in gewone volgorde worden nagezegd, daarna in omgekeerde volgorde. Deze subtest zegt iets over het auditieve geheugen van het kind.
 
 


Voor iedere subtest wordt een score berekend. Alle scores samen geven, omgerekend naar de leeftijd, het IQ van het kind.

De orthopedagoog / psycholoog kan echter meer met de scores doen. Daarbij gaat hij/zij na hoe het kind heeft gescoord op een bepaalde factor, zoals het begrijpen van taal) of perceptuele waarneming.

Intelligentieprofiel

Een andere mogelijkheid is om de scores van de verschillende subtests met elkaar te vergelijken. Dat geeft een beeld van het intelligentieprofiel. Soms zijn er namelijk grote verschillen tussen de scores van de verschillende subtests. Het kind heeft dan een 'disharmonisch profiel'. Dat betekent dat er (hele) hoge en (hele) lage scores zijn. De redenen hiervan kunnen zijn: dyslexie, faalangst, obsessieve compulsieve stoornis (dwangneurose) etc. Het is aanleiding voor verder onderzoek.

Taakaanpak

De testresultaten geven aan hoe de intelligentie van het kind is opgebouwd. Ook geven ze informatie over de taakaanpak van het kind:

∑ Gaat het direct aan de slag of overdenkt het de taak eerst rustig?
∑ Hoe reageert het kind als een taak te lastig voor hem/haar is? Probeert het er toch uit te komen of zegt het snel dat hij het niet snapt?
∑ Gaat het stapje voor stapje aan het werk of probeert het steeds maar wat en vindt door 'trial-and-error' uiteindelijk (wel of niet) het juiste antwoord?
∑ Kan het zich langere tijd concentreren op een taak of wordt het snel afgeleid?
∑ Formuleert het goed of spreekt het in halve zinnen?
∑ Moet het vaak naar woorden zoeken?

Samengevat zegt het bovenstaande iets over het proces van informatie verwerken en leren.

Betrouwbaarheid

De statistische eigenschappen van een test bepalen de mate waarin testgebruikers vertrouwen kunnen hebben in de nauwkeurigheid van de behaalde scores.

Interne consistentie

De betrouwbaarheid van een testscore verwijst naar de nauwkeurigheid, consistentie en stabiliteit ervan in verschillende situaties. Een betrouwbare test heeft relatief kleine meetfouten en produceert consistente meetresultaten binnen ťťn testafname en op verschillende momenten. Bij het interpreteren van de behaalde testscore en de verschillen tussen de testscores op meerdere momenten moet altijd rekening gehouden worden met de betrouwbaarheid.

De COTAN geeft aan dat bij tests voor belangrijke beslissingen op individueel niveau betrouwbaarheden van .90 of hoger kunnen worden beschreven als goed en waarden tussen .80 en .89 als voldoende. Waarden onder de .80 zijn onvoldoende. Het TIQ, de Non-Verbale Index, Algemene Vaardigheid Index en Cognitieve Competentie Index van de WISC-V kunnen worden gebruikt in samenhang met andere testresultaten voor dit soort belangrijke beslissingen op individueel niveau en worden om die reden op basis van dit COTA-criteria beoordeeld.

Voor de overige index-, proces- en subtestscores geldt dat deze niet gebruikt mogen worden voor belangrijke beslissingen op individueel niveau; deze dienen meer beschrijvend gebruikt te worden. De COTAN geeft aan dat bij minder belangrijke beslissingen waarden van .80 of hoger als goed bestempeld kunnen worden en waarden tussen de .70 en .79 als voldoende.

Standaardmeetfout

De standaardmeetfout SEM geeft een schatting van de hoeveelheid meetfouten in de geobserveerde testscore van een kind. Omdat de SEM omgekeerd evenredig is met de betrouwbaarheid neemt de SEM af als de betrouwbaarheid toeneemt en neemt het vertrouwen in de nauwkeurigheid van de geobserveerde testscore toe. De SEM is de standaardafwijking SD van de meetfoutverdeling.

Betrouwbaarheidsintervallen

 

Test-hertest betrouwbaarheid

Bij een tussentijd tussen twee testafnames van 15-161 dagen is er sprake van herinneringseffecten en bij lange tussentijd kunnen er externe gebeurtenissen zijn opgetreden die het kind en zijn score beÔnvloedt.

Validiteit

Validiteit wordt gezien als het belangrijkste psychometrische aspect van psychologische testontwikkeling en testevaluatie. Onderzoekers en testontwikkelaars spreken traditioneel over drie belangrijke vormen van validiteit:

1.   Inhoudsvaliditeit;

2.   Criteriumvaliditeit;

3.   Constructvaliditeit.

De inhoudsvaliditeit van een test wordt bepaald door de mate waarin de inhoud van de test een goede weergave is van het te meten construct.

Bij Criteriumvaliditeit gaat het vooral om de vraag hoe goed een test in staat is om bepaald gedrag het Ďcriteriumí te voorspellen.

Constructvaliditeit heeft betrekking op de vraag of de test daadwerkelijk meet wat deze zou moeten meten.

In Nederland beoordeelt de COTAN tests op hun begrips- en criteriumvaliditeit. Begripsvaliditeit is nauw verwant aan constructvaliditeit. Daar waar constructvaliditeit vooral betrekking heeft op exploratief onderzoek met als doel te bepalen wat de test meet worden bij het bepalen van de begripsvaliditeit ook specifieke hypotheses met betrekking tot het testgedrag getoetst.

 

2. Overzicht van de andere 2 bekende intelligentietesten: de RAKIT & de SON-R.

RAKIT-2 (geReviseerde Amsterdamse Kinder-IntelligentieTest) en is bestemd voor kinderen tussen de 4.2 en 11.2 jaar. Ook deze test bestaat uit 12 subtests en wordt zeer goed beoordeeld door de COTAN.

De Rakit intelligentietest (Revisie Amsterdamse kinder intelligentietest (RAKIT))

De RAKIT is een individuele algemene intelligentietest voor kinderen van vier jaar en twee maanden tot elf jaar en twee maanden (Bleichrodt, Resing, Drenth & Zaal, 1987; Bleichrodt, Drenth, Zaal & Resing, 1987). De test is genormeerd op een steekproef van in totaal 1415 personen. Samen met de SON-R tests behoort de RAKIT tot de best beoordeelde intelligentietests (Evers, van Vliet-Mulder & Groot, 2000). Op alle aspecten is de test indertijd door de COTAN als 'goed' beoordeeld. Ofschoon de normgegevens nu ongeveer twintig jaar oud zijn, en in dit opzicht verouderd zijn, is de test nog volop in gebruik. Voor de indicatiestelling in het kader van de leerlinggebonden financiering (Resing, Evers, Koomen, Pameijer, Bleichrodt & van Boxtel) heeft de RAKIT op grond van de sterk verouderde normen een B-kwalificatie gekregen (voldoende) in plaats van A (goed). Ten behoeve van de indicatiestelling voor leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs (RVC-VO) worden ook deugdelijke instrumenten geselecteerd. Aan deze lijst is dit jaar de RAKIT toegevoegd. Bron: http://www.testresearch.nl/werk/rakit.html

Opm: De verouderde normen bij de RAKIT intelligentietest kunnen opgevangen worden door het Flynn effect te interpoleren in de normering. Hiermee kan de RAKIT weer de waardering als beste test in het Nederlands taalgebied krijgen.

De RAKIT bestaat uit 12 subtests
 
De subtests meten voor de  jongste leeftijdsgroep (4-5 jaar): verbaal leren en -vlotheid, ruimtelijk-perceptueel  redeneren, sequentieel geheugen en kwantiteit. Voor de oudste groep (5-11 jaar) meten de tests de volgende factoren: perceptueel redeneren, verbaal leren, ruimtelijk oriŽnteren en tempo en verbale vlotheid. De verkorte vorm bestaat uit 5 resp. 6 subtests. De ruwe subtestscores kunnen worden omgezet in standaard scores. Voor 2 subtests (Verbale AnalogieŽn en Exclusie) zijn leer-potentieelprocedures ontwikkeld. Bij de tweede oplage van de RAKIT worden twee speciale handleidingen toegevoegd: ťťn voor het speciaal onderwijs en ťťn voor kinderen met een allochtoon-etnische achtergrond. Subtestscores kunnen worden omgezet in factor- en (verkorte vorm) deviatie-IQscores. Normen voor allochtone kinderen en leerlingen in het speciaal onderwijs zijn beschikbaar.

Bij de keuze van intelligentietests voor jonge kinderen is het aantal tests waaruit men kan kiezen beperkt. Als het in het kader van het diagnostisch onderzoek noodzakelijk is om een intelligentietest af te nemen dan is het aan te bevelen om bij de keuze voor een bepaalde test rekening te houden met een aantal factoren, zoals:

a. beoordeling door de Commissie Test Aangelegenheden Nederland (COTAN),
b. leeftijd van het kind, en
c. de communicatieve mogelijkheden van het kind.

(Opm: De Rakit wordt niet meer gebruikt door de RVC wegens de verouderde normering. (schooljaar 2008-09) Hiervoor is de SON in de plaats gekomen, waarbij het Flynn-effect wordt meegenomen!).
 
SON-R 2-8 is
 
SON-R is de Snijders-Oomen Non-verbale-intelligentietest (Gereviseerd). Deze test is bestemd voor kinderen van 5.5 tot 17 jaar. Het belangrijkste verschil met de andere intelligentietests is dat de antwoorden geheel nonverbaal kunnen zijn. Door middel van aanwijzen is deze test zeer geschikt voor kinderen met ernstige taal- en communicatieproblemen. Er bestaat ook een kleuterversie van deze test.
De SON wordt tegenwoordig veel gebruikt voor toelating tot de z.g. "Plus-klassen" en de "Leonardo-klassen". Naast de bekende gegevens van de basisschool is de SON een zeer goede aanvulling.
Bij het testen van jonge kinderen is de RAKIT te verkiezen boven de SON-R.

Voor kinderen jonger dan 6 jaar is er ook de WPPSI (Wechsler Preschool and Primary Intelligence Scale). De WPPSI krijgt geen goede beoordeling door de COTAN en vanaf 17 jaar kan de WAIS (Wechsler Adult Intelligence Scale) gebruikt worden.

Iedere intelligentietest is per definitie onbetrouwbaar wanneer deze gebruikt wordt voor het testen of vergelijken van personen met verschillende sociale, raciale, culturele of economische achtergronden.

Minder gebrukte intelligentietesten

G-test [voorheen Berenschot-G-test] (G-test) / Amstel, B. van; Hogerheijde, R.P.; Roggeveen, A.; Linde, J. v.d.. - Amsterdam: Pearson Testpublisher (www.Pearson Testpublisher.nl), 1996
Code: C01.Amstel. Taal: NL. Doelgroep: volwassenen; 18-65 jaar. Meetpretentie: algemeen intelligentieniveau. Schalen: - .
Annotatie: bew. van Berenschot-G-test (1973) [C01.Amstel]
CoTAN: 2000 I: 152-3, II: 798-9 (5.8), I: 487 (26.24); 1992 (5.2) en aanv. (5.6)

Berenschot-G-test (G-test) / Roggeveen, A.; Linde, J.F. v.d.. - Amsterdam: Pearson Testpublisher (www.Pearson Testpublisher.nl), 1996
Code: C01.Amstel. Taal: NL. Doelgroep: volwassenen; 18-65 jaar. Meetpretentie: algemeen intelligentieniveau en algemeen analytisch redeneervermogen. Schalen: verbaal-analytisch vermogen, rekenkundig vermogen, ruimtelijk inzicht.
Annotatie: latere bew.: G-test (1996) [C01.Amstel]
CoTAN: 2000 I: 152-3, II: 798-9 (5.8), I: 487 (26.24); 1992 (5.2) en aanv. (5.6)

Multiculturele capaciteiten test - middelbaar niveau (MCT-M) / Bleichrodt, N.; Berg, R.H. van den. - Amsterdam : Nederlands Onderzoekscentrum Arbeidsmarkt Allochtonen (NOA), 1994
Code: C01.Bleichrodt. Taal: NL. Doelgroep: volwassenen; autochtonen en allochtonen; 18-65 jaar. Meetpretentie: capaciteiten: intelligentie en schoolse vaardigheden. Schalen: rekenvaardigheid, componenten, woordrelaties, cijferreeksen, controleren (ordenen, sorteren, efficiŽntie), spiegelbeelden (ruimtelijke oriŽntatie, abstractievermogen) woordanalogieŽn, exclusie.
Annotatie: zie ook art.: Intelligentiemeting bij kandidaten met verschillende culturele achtergronden : de Multiculturele capaciteiten test (MCT-M) / Remko H. van den Berg, Nico Bleichrodt. - In: Ned. t. voor psych. 55 (2000) 3 (juni): 134-47 (bron: BNSW)

CoTAN: 2000 I: 283 (13.11), I: 488-9, II: 1172-6 (26.26); 1992 en aanv. (26.36)

Handleiding bij de revisie Amsterdamse kinder intelligentie test. Intelligentie-meting bij kinderen : empirische en methodologische verantwoording van de gereviseerde Amsterdamse kinder intelligentie test. Diagnostiek in het speciaal onderwijs (RAKIT) / Bleichrodt, Nico; Drenth, Pieter J.D.; Zaal, Jac. N.; Resing, Wilma C.M.. - Amsterdam: Pearson Testpublisher (www.Pearson Testpublisher.nl), 1987-1988, 1993
Code: C01.Bleichrodt. Taal: NL. Doelgroep: kleuters, kinderen; 4,02-11,02 jaar. Meetpretentie: algemene intelligentie, ontwikkelings(achterstanden) en specifieke cognitieve informatie. Schalen: figuur herkennen; exclusie; geheugenspan; woordbetekenis; doolhoven;analogieŽn; kwantiteit; schijven; namen leren; verborgen figuren; ideeŽnproduktie; vertelplaat.
Annotatie: zie ook: Psychodiagnostiek... [13.Kraijer]: 125
CoTAN: 2000 I: 472-3, II: 1129-35 (26.11); 1992 (26.23)

DOS-handleiding : Denver ontwikkeling screeningtest (DOS) / Cools, A.T.M.; Hermanns, J.M.A.. - [Amsterdam] : Pearson Testpublisher, 1976
Code: C01.Cools. Taal: NL. Doelgroep: baby's, kleuters, peuters, kinderen; 0,01-6,06 jaar. Meetpretentie: ontwikkelingsstoornissen en/of retardatie in ontwikkeling. Schalen: sociaal gedrag, adaptatiegedrag, taalgedrag, motorisch gedrag.
CoTAN: 2000 I: 468-9, II: 1124-5 (26.6); 1992 (26.16)

Groninger intelligentietest voor voortgezet onderwijs (GIVO) / Dijk, H. van. - Amsterdam: Pearson Testpublisher (www.Pearson Testpublisher.nl), 1995
Code: C01.Dijk. Taal: NL. Doelgroep: scholieren voortgezet onderwijs; 12-16 jaar. Meetpretentie: intelligentie en bepalen keuze vervolgonderwijs leerlingen klas 1, 2 en 3 VO. Schalen: synoniemen, verbale analogieŽn, categorieŽn, getallen invullen, tekens invullen, uitslagen, figuren tekenen.
CoTAN: 2000 I: 282-3, II: 895-9 (13.10); 1992 en aanv. (13.15)

Test voor niet verbale abstractie (TNVA) / Drenth, P.J.D.. - Amsterdam: Pearson Testpublisher (www.Pearson Testpublisher.nl), 1965
Code: C01.Drenth. Taal: NL. Doelgroep: jongeren, volwassenen, eind VHMO en hoger niveau; 16-65 jaar. Meetpretentie: niet-verbale intelligentie. Schalen: figuren kiezen.
CoTAN: 2000 I: 502-3 (27.9); 1992 (27.11)

Movement assessment battery for children : handleiding (MOV-ABC) / Henderson, Sheila E.; Sugden, David A. ; Smits-Engelman, Bouwien C.M.. - Lisse : Swets Test Publishers (STP), 1998
Code: C01.Henderson. Taal: NL, E. Doelgroep: kinderen, gewoon en speciaal onderwijs; 4-12 jaar. Meetpretentie: niveau algemeen motorisch functioneren. Schalen: motometrische functies, motoscopische functies, gedragsobservaties, handvaardigheid, balvaardigheid, statische evenwicht, dynamisch evenwicht.
Annotatie: oorspr. uitg.: 1992
CoTAN: 2000 I: 542-3, II: 1228-9 (29.7)

Groninger intelligentie test : schriftelijke verkorte vorm (GIT vv) / Kooreman, A.; Luteijn, F.. - Amsterdam: Pearson Testpublisher (www.Pearson Testpublisher.nl), 1987
Code: C01.Kooreman. Taal: NL. Doelgroep: volwassenen, jongeren, lager geschoolden, uitkeringsgerechtigden; 18-65 jaar. Meetpretentie: algemeen intelligentieniveau. Schalen: cijferen, legkaart, woordmatrijs.
CoTAN: 2000 I: 477-8, II: 1160-1 (26.16); 1992 (26.26)

Groninger intelligentie test (GIT) / Luteijn, F.; Ploeg, F.A.E. van der. - Amsterdam: Pearson Testpublisher (www.Pearson Testpublisher.nl), 1983
Code: C01.Luteijn. Taal: NL. Doelgroep: jongeren, volwassenen; 12-65 jaar. Meetpretentie: intelligentieniveau. Schalen: woordenlijst, legkaart, vaaropdracht, sorteren, figuurontdekken, cijferen, draaikaart, woordmatrijs, woordopnoemen I en II.
Annotatie: zie ook: Neuropsychologische diagnostiek (1996) [05.Bouma]
CoTAN: 2000 I: 466, II: 1115-7 (26.3); 1992 (26.9)

Bayley ontwikkelingsschalen (BOS 2-30) / Meulen, B.F. van der; Smrkovsky, M.. - Amsterdam: Pearson Testpublisher (www.Pearson Testpublisher.nl), 1983
Code: C01.Meulen. Taal: NL, E. Doelgroep: kinderen; 0,02-2,06 jaar. Meetpretentie: mentale en motorische ontwikkeling. Schalen: mentaal, motorisch, gedragsobservatie, achtergrondvariabelen.
Annotatie: Ned. bew. van: Bayley scales of infant development (BSID) / N. Bayley [01.Bayley]. Zie ook: Video FSW [OV 595.1/596.1]. Psychodiagnostiek... [13.Kraijer]: 116
CoTAN: 2000 I: 471-2, II: 1127-9 (26.10); 1992 (26.22)

MOS 2Ĺ-8Ĺ : McCarthy ontwikkelingsschalen : handleiding. Manual for the McCarthy scales of children's abilities (MOS 2Ĺ-8Ĺ) / Meulen, B.F. van der; Smrkovsky, M. (Ned. vert. en bew.) ; McCarthy, Dorothea (oorspr. uitg.). - Amsterdam: Pearson Testpublisher (www.Pearson Testpublisher.nl), 1972, 1985
Code: C01.Meulen. Taal: NL. Doelgroep: kinderen, peuters, kleuters; 2,06-8,06 jaar. Meetpretentie: (vroeg)kinderlijke ontwikkeling. Schalen: verbaal, perceptueel-performaal, kwantitatief, algemeen cognitief, geheugen en motoriek.
Annotatie: Ned. experimentele bew. van: McCarthy scales of children's abilities
CoTAN: 2000 I: 474-5 (26.14); 1992 (26.24)

DENK 2.3 (4) (DENK) / Moenaert, H.. - Oudenburg : Moenaert, 1992
Code: C01.Moenaert. Taal: NL. Doelgroep: kinderen, leerbedreigde kinderen; 7-10,06 jaar. Meetpretentie: intelligentie. Schalen: zinnen begrijpen; tekeningen aanvullen; begrippen schiften; geometrische figuren samenstellen; verbaal coderen; plaatjes schiften; zinnen aanvullen; raamfiguren natekenen; begrippen samenstellen; niet-verbaal coderen met dubbele sleutel.
CoTAN: 2000 I: 486-7 (26.23); 1992 aanv. (26.33)

Groningse ontwikkelingsschalen : handleiding (GOS 2Ĺ-4Ĺ) / Neutel, R.J.; Meulen, B.F. van der; lutje Spelberg, H.C.. - Lisse : Swets Test Services (STS), 1996
Code: C01.Neutel. Taal: NL. Doelgroep: kinderen; 2,06-4,06 jaar. Meetpretentie: intelligentie, ontwikkeling. Schalen: subtests: magische schijf, gezichtsherkenning, handbewegingen, gestaltwaarneming, cijfers nazeggen, motorische vaardigheid, driehoeken, woordvolgorde, woordenschat, gezichten en plaatsen, figuren natekenen, rekenen, raadsels.
Annotatie: gedeeltelijke bew. van: Kaufman assessment battery for children (K-ABC) / A.S. Kaufman, N.L. Kaufman (1983) [01.Kaufman]. Psychodiagnostiek... [13.Kraijer]: 118
CoTAN: 2000 I: 487, II: 1170-2 (26.25); 1992 en aanv. (26.34)

Raven's coloured progressive matrices : Nederlandse normen en enige andere uitkomsten van onderzoek (CPM) / Bon, W.H.J. van. - Amsterdam: Pearson Testpublisher (www.Pearson Testpublisher.nl), 1984
Code: C01.Raven. Taal: - . Doelgroep: n.b.; - jaar. Meetpretentie: - . Schalen: - .
Annotatie: zie ook: Coloured progressive matrices (CPM) [C01.Raven]
CoTAN: 2000 I: 465-6, II: 1111-5 (26.2); 1992 (26.6)

Coloured progressive matrices (CPM) / Raven, J.C.. - Oxford : Oxford Psychologists, 1995
Code: C01.Raven. Taal: E, NL, D. Doelgroep: kinderen; 4,06-11,06 jaar. Meetpretentie: intelligentieniveau en algemene factor. Schalen: - .
CoTAN: 2000 I: 465-6, II: 1111-5 (26.2); 1992 (26.6)

Progressive matrices (PM) / Raven, J.C.. - Cambridge : University Printing House, 1960
Code: C01.Raven. Taal: E. Doelgroep: kinderen, jongeren, volwassenen; 6-65 jaar. Meetpretentie: intelligentieniveau en g-factor. Schalen: figuratieve principes in systematische samenhang delen of figuren.
Annotatie: zie ook: Standard progressive matrices (SPM). Neuropsychologische diagnostiek (1996) [05.Bouma]
CoTAN: 2000 I: 464-5, II: 1110-1 (26.1); 1992 (26.5)

Standard progressive matrices : with adult US norms. - 1996 Ed. Manual for Raven's progressive matrices and vocabulary scales : general overview. - 1986 Ed. (SPM) / Raven, J.C.; Court, J.H.; Raven, J.. - Oxford : Oxford Psychologists ; London : Lewis & Co., 1958, 1986, 1996
Code: C01.Raven. Taal: E. Doelgroep: kinderen, jongeren, volwassenen; 6-65 jaar. Meetpretentie: intelligentieniveau en g-factor. Schalen: - .
CoTAN: 2000 I: 464-5, II: 1110-1 (26.1); 1992 (26.5)

NLV : Nederlandse leestest voor volwassenen : handleiding (NLV) / Schmand, B.; Lindeboom, J.; Harskamp, F. van. - Amsterdam: Pearson Testpublisher (www.Pearson Testpublisher.nl), 1992
Code: C01.Schmand. Taal: NL. Doelgroep: volwassenen, psychiatrische patiŽnten; 18-65 jaar. Meetpretentie: premorbide intelligentieniveau. Schalen: woordenlijst.
Annotatie: Ned. bew. van: National adult reading test (NART) / H.E. Nelson (1982). Zie ook: Neuropsychologische diagnostiek (1996) [05.Bouma]
CoTAN: 2000 I: 484-5, II: 1168-9 (26.22); 1992 en aanv. (26.32)

Leidse diagnostische test : deel 1/handleiding. Deel 2/handleiding stroomdiagram : van klinisch oordeel tot psychologisch rapport; deel 3/stroomdiagram; deel 4/uitspraken. - 2e dr. Deel 5/cognitieve ontwikkeling, leervermogen en schoolprestaties (LDT/LDT-E) / Schroots, J.J.F.; Alphen de Veer, R.J. van (deel 1) ; Schroots, J.J.F.; Akkerman, A.E.; Groot, A. de (deel 2/3/4) ; Schroots, J.J.F. (deel 5). - Amsterdam: Pearson Testpublisher (www.Pearson Testpublisher.nl) ; Leiden : Nederlands Instituut voor Praeventieve Gezondheidszorg TNO, 1976, 1979, 1986
Code: C01.Schroots. Taal: NL. Doelgroep: kinderen; 4-8 jaar. Meetpretentie: intelligentie en diagnostiek leermoeilijkheden en ontwikkelingsstoornissen. Schalen: blokpatronen, vouwblaadjes, natikken, woordenspan, plaatjes aanwijzen, zinnen nazeggen, verhaaltje vragen, begrip en inzicht.
Annotatie: deel 2/3/4: 1e dr.: 1978, 2e dr. 1986. Deel 5 (experimentele versie): cop. 1979. Zie ook: Algemene psychodiagnostiek I / J. de Zeeuw. - 7e dr. Video FSW [OV 599.1]. Psychodiagnostiek... [13.Kraijer]: 124
CoTAN: 2000 I: 277-8, II: 889-91 (13.4), I: 469 (26.7), I: 508 (27.16); 1992 (13.7)


Snijders-Oomen niet-verbale intelligentietest ; SON-R 5Ĺ-17 : verantwoording en handleiding (SON-R 5Ĺ-17) / Snijders, J.Th.; Tellegen, P.J.; Laros, J.A.. - Groningen : Wolters-Noordhoff, 1988
Code: C01.Snijders. Taal: NL. Doelgroep: kinderen, jongeren, doven, slechthorenden, spraakgestoorde kinderen; 5,06-17 jaar. Meetpretentie: intelligentieniveau. Schalen: categorieen, analogieen, situaties, stripverhalen, mozaieken, patronen, zoekplaten.
Annotatie: zie ook: Psychodiagnostiek... [13.Kraijer]: 161
CoTAN: 2000 I: 480-1, II: 1164-6 (26.18); 1992 (26.28)

Handleiding bij de Nederlandstalige bewerking van de Wechsler adult intelligence scale (W.A.I.S.). Aanvullende normering van de WAIS voor de leeftijdsgroep van 55 tot 64 jaar (WAIS-NL 1970) / Stinissen, J.; Willems, P.J.; Coetsier, P.; Hulsman, W.L.L.. - Amsterdam: Pearson Testpublisher (www.Pearson Testpublisher.nl), 1970, 1976
Code: C01.Stinissen. Taal: NL. Doelgroep: jongeren, volwassenen; 15-64 jaar. Meetpretentie: algemene intelligentie. Schalen: algemene ontwikkeling, gezond verstand, cijfers nazeggen, rekenen, overeenkomsten, woordenlijst, plaatjes rangschikken, plaatjes aanvullen, blokpatronen, legkaarten, cijfersymbolen.
Annotatie: zie ook: Psychodiagnostiek... [13.Kraijer]: 148. Neuropsychologische diagnostiek (1996) [05.Bouma]. Oorspr. uitg.: D. Wechsler (1955). Latere uitg.: WAIS-III 2000 [C01.Wechsler]
CoTAN: 2000 I: 467-8, II: 1117-23 (26.4); 1992 en aanv. (26.12)

Snijders-Oomen niet-verbale intelligentietest : SON-R 2Ĺ-7 : handleiding en verantwoording (SON-R 2Ĺ-7) / Tellegen, P.J.; Winkel, M.; Wijnberg-Williams, B.J.; Laros, J.A.. - Lisse : Swets Test Publishers (STP), 1996, 1998
Code: C01.Tellegen. Taal: NL. Doelgroep: kinderen; 2,06-7 jaar. Meetpretentie: verschillende intelligentiefuncties zonder gebruik taal. Schalen: mozaÔeken, categorieŽn, puzzels, analogieŽn, situaties, patronen.
Annotatie: bew. van Kleuter-SON / J.Th. Snijders, N. Snijders-Oomen (1975). Zie ook: folder Swets. Psychodiagnostiek... [13.Kraijer]: 160
CoTAN: 2000 I: 491-2, II: 1178-86 (26.28); 1992 en aanv. (26.38)

Wechsler intelligence scale for children-revised : computerscoringsprogramma (WISC-R) / Serlier-van den Bergh, A.M.H.L.. - Amsterdam: Pearson Testpublisher (www.Pearson Testpublisher.nl), 1995
Code: C01.Wechsler. Taal: NL. Doelgroep: kinderen, jongeren; 6-16 jaar. Meetpretentie: intelligentie algemeen. Schalen: - .
Annotatie: zie ook: WISC-R [C01.Wechsler]
CoTAN: 2000 I: 475-7, II: 1138-60 (26.15); 1992 (26.25)

Wechsler preschool and primary scales of intelligence (WPPSI-R) / Vander Steene, G.; Bos, A. (Vlaams-Ned. aanpassing) ; Wechsler, D. (oorspr. auteur). - London : Psychological Corporation, 1997
Code: C01.Wechsler. Taal: NL. Doelgroep: kinderen; 4-6,06 jaar. Meetpretentie: intelligentie. Schalen: informatie (visueel), woordenschat, rekenen, overeenkomsten, dierenhuis, figuur leggen (6x), blokpatronen, staafjes, figuren kopiŽren, onvolledige tekeningen, doolhoven.
Annotatie: Psychodiagnostiek... [13.Kraijer]: 120
CoTAN: 2000 I: 490-1, II: 1177-8 (26.27); 1992 (26.11)

Wechsler preschool and primary scale of intelligence (WPPSI) / Wechsler, D.. - New York : Psychological Corporation, 1967
Code: C01.Wechsler. Taal: NL, E. Doelgroep: kinderen; 4-6,06 jaar. Meetpretentie: intelligentie. Schalen: informatie, woordenschat, rekenen, overeenkomsten, begrijpen, zinnen, dierenhuis, onvolledige tekeningen, doolhoven, geometrische tekeningen, blokpatronen.
CoTAN: 2000 I: 490-1, II: 1177-8 (26.27); 1992 (26.11)

Wechsler intelligence scale for children - revised : Nederlandstalige uitgave : verantwoording (WISC-RN) / Wechsler, D. ; projectgroep: Haasen, P.P. van; Bruyn, E.E.J. de; Pijl, Y.L.; Poortinga, Y.H.; lutje Spelberg, H.C.; Vander Steene, G.; Coetsier, P.; Spoelders-Claes, R.; Stinissen, J.. - Amsterdam: Pearson Testpublisher (www.Pearson Testpublisher.nl), 1986
Code: C01.Wechsler. Taal: NL. Doelgroep: kinderen, jongeren; 6-16 jaar. Meetpretentie: algemeen intelligentieniveau. Schalen: verbaal: informatie, overeenkomsten, rekenopgaven, woordenschat, begrijpen, cijferreeksen. Niet-verbaal: onvolledige tekeningen, plaatjes ordenen, blokpatronen, figuur leggen, substitutie, doolhoven.
Annotatie: oorspr. Amerikaanse uitg.: 1974. Zie ook: Video FSW (afname bij 8-jarig meisje) [396.5 en 1197]. Psychodiagnostiek... [13.Kraijer]: 128, 141
CoTAN: 2000 I: 475-7, II: 1138-60 (26.15); 1992 en aanv. (26.25)

Wechsler preschool and primary scale of intelligence - revised : manual : containing British amendments to the administration... (WPPSI-R UK) / Wechsler, David ; review panel: Dockrell, Bryan; e.a.. - London : Psychological Corporation ; Pearson Testpublisher Brace, 1990
Code: C01.Wechsler. Taal: E, NL. Doelgroep: kinderen; 4-6,06 jaar. Meetpretentie: intelligentie. Schalen: zes verbale subtests: informatie, woordenschat, rekenen, overeenkomsten, begrijpen en zinnen. Vijf performale subtests: dierenhuis, onvolledige tekeningen, doolhoven, geometrische tekeningen en blokpatronen.
CoTAN: 2000 I: 490-1, II: 1177-8 (26.27); 1992 en aanv. (26.37)


WAIS-III : Nederlandstalige bewerking : Wechsler adult intelligence test - derde editie : afname en scoringshandleiding (WAIS-III 2000) / Wechsler, David ; Van der Steene, G.; Vertommen, H.; Bleichrodt, N. (Vlaams-Ned. stuurgroep) ; Uiterwijk, J.M. (red.). - Lisse : Swets Test Publishers (STP), 2000
Code: C01.Wechsler. Taal: NL. Doelgroep: jongeren, volwassenen; 16-85 jaar. Meetpretentie: algemene intelligentie, intellectuele capaciteiten, leerstoornissen, hoogbegaafdheid, neurologische en psychiatrische stoornissen. Schalen: performale schaal, verbale schaal, totale schaal; 4 indices: verbaal begrip, perceptuele organisatie, werkgeheugen, vrijheid van afleidbaarheid en verwerkingssnelheid.
Annotatie: zie ook: Psychodiagnostiek... [13.Kraijer]: 148. Neuropsychologische diagnostiek (1996) [05.Bouma]. Oorspr. uitg.: Manual for the Wechsler adult intelligence scale / D. Wechsler. - New York : Psychological Corporation, 1955. Eerdere uitg.: 1970 [C01.Stinissen]
COTAN: 2000 I: 467-8, II: 1117-23 (26.4); 1992 en aanv. (26.12)