FAALANGST :

1.1.  Wat is faalangst?

Faalangst betekent letterlijk dat men bang is om te falen of te mislukken.  Het is dus angst, die optreedt als men iets moet doen waarbij men een prestatie moet leveren en waarbij men kan mislukken.

Angst te mislukken uit zich bijvoorbeeld in zaken als bang zijn voor een proefwerk, om een spreekbeurt te houden, een vraag te stellen in de klas, iets voor te dragen voor de klas, examenvrees,… .  

Faalangst gaat meestal samen met zaken als verlegenheid, geremdheid, snel blozen, de ogen neerslaan als een ander naar hem of haar kijkt, … .  Faalangst hangt nauw samen met het zelfbeeld dat iemand heeft.

Faalangst staat meestal niet alleen, maar gaat dikwijls gepaard met angst voor mensen.  Men noemt dit sociale angst.  Men is dan bang met anderen om te gaan, iets aan iemand te vragen, nee te zeggen als iemand wat wil lenen of een beroep doet op hulp, een vraag te stellen.

1.2. Twee soorten faalangst:

Deze vorm van faalangst is eigenlijk geen echte faalangst.  Bij deze vorm van faalangst gaat men juist beter functioneren dan men normaal doet.  De mouwen worden opgestroopt en men valt aan.  Daarbij verwacht men resultaat. 

Er is een minderwaardigheidsgevoel op dit punt.  En klapt zogezegd wel een dicht.  Er zijn hartkloppingen.  Hierbij is men vrijwel zeker van de ondergang en men zou weg willen vluchten, maar men kan niet wegvluchten.  Men moet doorvechten met een moed der wanhoop, omdat men weet dat het waarschijnlijk mis zal gaan.  

Wanneer men spreekt van ‘verlamd’ zijn (75- 100%), is er zodanig veel paniek, onzekerheid dat men niet meer kan handelen.

1.3. Hoe ontstaat faalangst?

Elk kind is anders en heeft andere capaciteiten. 

Sommige ouders, opvoeders zijn ongeduldig en hebben weinig tijd of slaan een kind te hoog aan.  Anderen kunnen ook snel geïrriteerd zijn, weer anderen hebben een eindeloos geduld.

De ouders zijn de belangrijkste personen in een gezin.  Maar ook bv. een buurman,… kunnen een factor zijn in het ontstaan van bv. faalangst.

Een paar factoren zijn van belang bij het mislukken.

Misschien is het kind er nog te jong voor, misschien loopt hij wat achter op de anderen.  De opvoeder meent dat het kind iets welk kan en geeft het een bepaalde opdracht.  Het kind beantwoordt niet aan de eisen en de opvoeder wordt kwaad.  Dit zal vooral gebeuren als het meerdere malen voorkomt.

De opvoeder kan uitvallen, maar ook snel nagaan wat er aan de hand is en bijvoorbeeld zeggen dat het niet erg is, dat het toch wel erg moeilijk is, dat het laat is of dat het aan de opvoeder zelf lift, dat de opvoeder dit niet had mogen eisen,enz.  De opvoeder kan de schrik van het kind verminderen door allerlei rustige woorden te uiten en het kind op zijn gemak te stellen. 

Het kind heeft een korte aandachtsboog en is vaak snel vermoeid.  Daar moet men rekening mee houden.  Als iets te lang gaat duren, moet het kind wel falen, omdat het geen zin meer heeft. 

Een slechte lichamelijk conditie, onduidelijke situaties, merken dat men geen tijd voor je heeft, een lage intelligentie, een geringe algemene ontwikkeling,… zijn nog factoren die vlugger kunnen leiden tot het hebben van ‘faalangst’. 

1.4. Aanpak

Preventief werken:

Ook in deze hulpverlening geldt het moto ‘Voorkomen is beter dan genezen’.

In dit werkje som ik enkele dingen op om preventief rond te werken.  Ik ga hier niet uitgebreid op in omdat het volgende punt (verhelpen) meer gericht is op mijn individuele leervraag die ik voorop heb gesteld.

1.4.2. Verhelpen :

Observeren van personen met faalangst :

Een eerste stap in het begeleiden van personen met faalangst is het grondig observeren.  Het is de taak van de begeleider om na te gaan waar, hoe,… het probleem zich situeert.  Observaties door meerdere begeleiders is vaak nodig.  Een voordeel hierbij is dat ze zich eigenlijk een beetje gedwongen bezig houden met het probleem van de faalangst  waardoor ze er ook meer oog voor gaan krijgen.  Goede observaties zijn uiterst belangrijk!

Onderzoek met vragenlijsten :  

In Nederland en België (uitgeverij Swets te Lisse NL) worden de volgende vragenlijsten gebruikt voor kinderen met faalangst:

PMT- (k): Prestatie- Motivatietest (voor kinderen) van dr. P. Hermans. 

De PMT- k is bedoeld voor personen van 10 tot 16 jaar, de PMT voor mensen vanaf 16 jaar.  In beide gevallen wordt de leerling een vragenlijst voorgelegd met als schalen: het prestatiemotief, negatieve faalangst en positieve faalangst. 

De SSAT (Situatie Specifieke Angst Test) :

Deze test is gericht op het signaleren van angstgevoelens tijdens specifieke situaties zoals: het terugkrijgen van een proefwerk, een schriftelijke opdracht,… .

Er worden 5 schalen onderzocht.

1.   Angst voor het niet kunnen

2.   Evaluatieve gevoelens

3.   Begeleidingsverschijnselen van angst

4.   Persoonlijke verantwoordelijkheid

5.   Vermijdingstendens

De scores op deze vijf schalen resulteren in een angstindex (1,2,3) en een vermijdingsindex (4,5).  

Om de faalangst te meten zou men ook een vragenlijst op sociaal gebied kunnen voorleggen of een vragenlijst, die in de mate van assertief gedrag van de leerling onderzoekt

De leerlingen kunnen zelf ook een lijstje invullen, waarin zijn opgeven hoe zij zichzelf zien.

(Zie verder bijlage 1)

Het instapgesprek

De resultaten van de vragenlijsten worden ingebracht in een open gesprek met de persoon, dat als instapgesprek kan worden gezien. 

Allereerst begint men uit te leggen waarover het gesprek zal gaan: de antwoorden op de vragen uit de voorgelegde vragenlijst(en).

Het doel van het gesprek is voor beiden een helder beeld van de leerling te krijgen met het oog op een vorm van begeleiding, eventueel een training.  De inhoud zal bestaan uit de faalangst. 

De begeleider stelt bv. een item uit een vragenlijst aan de orde en laat de persoon aan de hand van concrete voorbeelden vertellen hoe de feitelijke situatie bij het item is (wat hij/ zij doe, hoe hij of zij denkt). 

De vraag of de persoon iets zou willen veranderen aan de situatie rond het gedragsitem is essentieel.  Met dit alles kan de begeleider een globale indruk krijgen van de persoon. 

Stencils maken over allerlei onderwerpen, die de kinderen kunnen lezen:

Zo is het ook zinvol om de kinderen stencils te bieden waarop de volgende onderwerpen eventueel aan bod kunnen komen.   Door deze individueel door te nemen, leren ze vaak ook zichzelf beter kennen en is het minder bedreigend.  

De stencils kunnen onderwerpen omvatten zoals positieve en negatieve faalangst, kritiek na een mislukking, meningen en feiten,  overdrijven en bagatelliseren, hoe reageer je op kritiek, ketting van negatieve ervaringen, belang van goede lichamelijke conditie, belang van korte opdrachten, … .

Anti- faalangst- training bij kinderen:

De meeste personen met faalangst zijn enorm gevoelig voor kritiek.  Bij het minste of geringste worden ze bang, verlegen, gaan blozen, worden zenuwachtig, gaan huilen of worden agressief en gaan schelden.  Dit zijn allemaal zogenaamde subassertieve wijzen van reageren. 

De meeste mensen met faalangst lachen op hun beurt anderen uit als die een fout maken.  Zij maken ook negatieve opmerkingen, vaak op een overdreven manier, tegen zichzelf. 

Enkele oefeningen:

Vragen wat de ander bedoelt, een ander leren aankijken, tegenover iemand zitten en onaangename opmerkingen maken, met negatieve kritiek leren omgaan, ergens anders over beginnen.

Soms kraken ze ook complimentjes af.  Door hen te leren complimentjes te accepteren.  Dus bv. ‘dank je’, ‘fijn’ te zeggen, en het eventueel aan te vullen met iets positief, komen ze anders over.  Bv Je hebt een mooie jurk aan.  ‘Dank je, dat vind ik zelf ook en de jurk zit ook lekker’ in plaats van ‘oh, die heb ik al twee jaar en ook nog in de Hema gekocht voor maar 10 euro. 

Veel kinderen met faalangst, hebben moeite met het maken van vrienden.  Velen hebben een negatief beeld van zichzelf en voelen zich minder dan een ander.   Een aantal gesprekken en oefeningen doen, zijn hiervoor vaak nodig.  Men kan kleine rollenspelletjes doen, men kan praten over zaken zoals positieve opmerkingen maken, complimentjes of opmerkingen geven en men ‘het slachtoffer ‘ daarop reageert.  Men kan vertellen hoe men eerst een paar goede opmerkingen moet maken, voor men op een ‘fout’ wijst,… . 

Als je geleerd hebt elk deel van het lichaam apart te spannen en weer te ontspannen, kun je het lichaam als geheel leren ontspannen (zie leren spannen en ontspannen).   Deze lichaamsoefeningen worden soms in kleine groepjes, maar kunnen ook individueel aangeleerd worden. 

In dit onderdeel probeert men de kinderen, personen met faalangst elk deel van het lichaam apart te ontspannen, beginnend bij de voeten, dus beneden en eindigend bij het hoofd. 

Voorbeelden van oefeningen : zie bijlage 2

Als men kinderen tijdens het lezen en schrijven observeert, is het ongelooflijk hoe ze bezig zijn hun ogen te verpesten.  Men ziet veel kinderen veel te dicht met hun hoofd op het papier zitten, hoe ze hun hoofd scheef houden, soms zelf op een arm liggen, hoe soms één oog dicht doen om hun verkeerde hoofdstand en houding op te kunnen vangen. 

Van belang is de kinderen een betere houding aan te leren.

Leren spannen en ontspannen :

Dit kan al liggend, zittend en staand gebeuren.  Dit onderdeel wordt meestal individueel aangeleerd. 

Zie verder bijlage 3

Goede voeding, voldoende slaap,… zijn van groot belang bij kinderen om goed te kunnen functioneren.  

Zie bijlage 4: Theorie van Maslow.

Lichaamsconditie verbeteren :

Individuele gesprekken voeren met personen met faalangst:

Herstellen van vertrouwen in minstens 1 volwassene, de helper :

Om een persoon met faalangst te helpen, is het nodig dat de helper voldoende inlevingsvermogen, warmte en echtheid biedt om een goede vertrouwensrelatie op te bouwen.

Belangrijk bij de benadering bij personen met faalangst is dat ze regelmatig worden aangemoedigd, dat ze duidelijk zijn in het opleggen van opdrachten.

Over angsten praten, leren ontspannen en angst doen verminderen. 

Belangrijk om oefeningen te beginnen is dat men er ontspannen aan begint. 

Vervolgens kan men over je angsten praten, wat de angst ook al een beetje doet minderen. 

Het meeste effect heeft men indien de personen met faalangst ontspannen moeten gaan liggen en zich bepaalde situaties voorstellen.  Zo gauw iets te veel angst oproept, laat men die angst meteen los en ontspant men weer.  Na 30 seconden roept men dat bepaalde beeld weer op, tot de angst te groot wordt en men zich weer ontspant. 

Sommige dingen zijn zo akelig dat de mens er het liefste van af keert.  Als je iemand dwingt over iets akeligs te vertellen wordt diegene misschien bang of gaat rationaliseren of zegt dat hij er overheen is, dat hij er zich vrijwel niets van kan herinneren, dat het niet belangrijk is, hij zijn tijd verdoet,… .

Je kan de persoon het best eerst globaal zijn verhaal laten vertellen.  Hierdoor leert hij er naar kijken en gaat er al wat emotionele lading af.  Daarna laat men hem er nog eens een keer over vertellen.  Er zullen meer details naar boven komen.  Misschien zullen er ook meer emoties opkomen.  Als hij zijn adem inhoudt, is er meestal iets waar hij voor schrikt.  Laat hem doorademen en de emotie komt vrij.

Soms moet je iets acht keer, van het begin tot het einde, laten vertellen.  Men moet doorgaan tot de deelnemer er volmaakt rustig over kan vertellen en er vaak om moet lachen.  Dat lachen heeft te maken met de laatste lading die er vanaf vliegt.  Vaak komt iemand tot een bepaald inzicht.  Hij ziet bv. het verband tussen wat er toen gebeurd is en bepaalde gedragingen, gevoelens,…van nu.  Dat moment van inzicht is vreselijk belangrijk en mag men niet missen.  Daar gaat het om.  Zo lang die ‘klik’ niet gepasseerd is, weet men dat het nog niet helemaal duidelijk is.

Als een bepaalde emotie er een is uit een ketting (gebeurtenissen van vroeger, die er mee in verband staan), kan men vragen of er eerder iets gebeurd is, waar datzelfde gevoel een rol in speelde, bv. angst voor honden.  Als iemand helemaal ontspannen is, kan men vragen terug te gaan naar de oorzaak van een bepaalde angst.  Binnen drie tellen ziet hij de oorzaak.  Als de oorzaak niet gezien wordt, is hij niet goed ontspannen of hij wil het niet zien.  De kunst is dan het zover te brengen dat hij de oorzaak wel ziet en door het ‘zwarte’ heen breekt.

Eigenwaarde verbeteren en herstellen:

Er zijn tal van therapieën om faalangst te minderen.  De een laat je het verdriet uithuilen, of de agressie eruit schreeuwen.  Een ander geeft ontspanningsoefeningen of laat iemand elke dag een bepaald woord eindeloos herhalen, waardoor de geest rustiger wordt.  Weer een ander zegt dat er allerlei lichaamsoefeningen gedaan moeten worden. 

Al die zaken helpen, maar het belangrijkste is inzien hoe je zelf bent, wat je zelf kan.

Om dit laatste na te gaan, kan men volgende oefeningen doen en samen bespreken:

Kaartjes gebruiken om eigenschappen op te schrijven :

Men kan ook nagaan welke positieve opmerkingen men wel eens tegen een ander heeft gemaakt. 

Waarin is men beter als vroeger?

Welke zaken heeft men tot een goed einde gebracht?

Noteer situaties waarin men blij was.

Waarin had men nog slechter kunnen zijn?

Maak een lijst van veel gebruikt negatieve opmerkingen en de betekenis ervan nagaan

Maak een lijst van tientallen situaties waarin je bang was.  Ga van een bepaalde gebeurtenis precies na hoe die verliep, wat je bang maakte.  Stel daarna de situatie opnieuw voor en ga na hoe je had kunnen reageren ronder bang te worden. 

Ga na wanneer je iemand iets leerde,….

Het besef herstellen dat men meer weet en kan dan men denkt.

Door de resultaten van de vorige oefeningen te bekijken, maakt men de personen duidelijk dat ze veel meer weten en kunnen dan dat ze zelf denken.  

Dit kan geoefend worden door woorden twee per twee te overleggen en daaruit kan men besluiten dat men veel meer weet dan dat men denkt en kan. 

Om de verlegenheid te overwinnen, is het nodig dat de kinderen, personen met faalangst thuis verder proberen om hun verlegenheid te overwinnen.    

Enkele oefeningen haal ik hier aan:

Minstens elke week een persoon bezoeken, iemand vragen om ergens mee naar toe te gaan, op allerlei mensen, vrienden letten, iets aardigs proberen op te merken en daarover een complimentje maken, als iemand een complimentje geeft, jezelf niet afkraken, iemand zeggen dat je hem of haar aardig vindt,… .  Gezinsbegleiding is ook erg belangrijk bij faalangst.  

1.4.3. Optimaliseren :

Studietechnieken leren

Dit wordt vaak in groepjes van personen rond dezelfde leeftijd gehouden, omdat mensen op die manier vaak sneller leren dan van ‘hogergeplaatsten’.

Met studietechnieken aanleren wordt bedoeld dat mensen met faalangst hun woordenschat gaan uitbreiden, waardoor ze woorden beter in zinnen kunnen gebruiken, een vraag durven stellen, hun spreekbeurt beter kunnen houden, … .

Via rollenspelen, spreekbeurten te houden,… kan men dit leren.

Snellees cursus volgen- Communicatietraining

Anderen leren helpen, die minder goed zijn,… .

Volgens de Amerikaanse psycholoog Maslow heeft elke mens vijf basisbehoeften waaraan voldaan moet worden om tot een gezonde volwassene uit te kunnen groeien.

1. Lichamelijke behoeften als goede voeding, voldoende slap, sport en lichamelijke aanraking.

2. Behoefte aan veiligheid en zekerheid.  Het kind heeft behoefte aan rust en duidelijke regels.  Het wil weten waar het aan toe is. 

3. Behoefte aan goede communicatie met ouders, broers en zusters, vrienden en onderwijzers.  Dit noemt men wel ‘sociale behoefte’.

4. Behoefte aan erkenning.  Het kind wil het gevoel hebben da men van hem houdt, dat hij iets betekent.

5. Behoefte aan zelfontplooiing.  Daarvoor moet het kind een omgang hebben, die hem de kans geeft zich te ontwikkelen.  Bv. goed speelgoed, veel praten over allerlei zaken, voorlezen, samen veel uitgaan en allerlei dingen bezoeken. 

Wat te doen vanuit de theorie van Maslow?

Maslow zegt, dat elk mens dat niet optimaal functioneert en daarom neurotisch is of aan andere onvolkomenheden lijdt, tekort gekomen is waar de vier basisbehoeften betreft.  Hij is dan ook van mening dat men als therapeut,… voor een relatie moet zorgen met de persoon waarin de vier basisbehoeften alsnog aan bod komen. 

1. De proefpersoon moet voldoende slapen, goed eten.  Vele eten niet genoeg of juist niet. Of ze slapen niet voldoende en onrustig.  Adviezen op gebied van voeding zijn daarom erg belangrijk.  Uit de praktijk blijkt dat deze zelden opgevolgd worden.  Als men door discussie de persoon zelf zover brengt dat hij zelf ziet wat er aan de hand is, kan hij ook de conclusie trekken, dat hij anders moet leven.  Dat blijkt een goede aanpak, maar kost wat meer tijd en handig overleg.  Sport en iets doen aan de lichamelijke conditie is ook belangrijk.  In dit kader moet men aandacht geven aan ademhalingsoefeningen, het uithoudingsvermogen verbeteren en hem leren zich te ontspannen.

Lichamelijke aanraking is ook erg belangrijk.  Het kind moet niet bang zijn anderen aan te raken of aangeraakt te worden.  Spelletjes, waarbij men met elkaar stoeit, elkaar aanraakt, zijn van belang.

2. In de klas, thuis, op straat en op het schoolplein moet het kind zich veilig en zeker voelen.

Het moet weten waar het aan toe is.  Daarom moeten de regels duidelijk zijn, moet het  weten hoe er overhoord gaat worden, hoe het gestraft kan worden. Een autoritaire situatie is meestal een onveilige situatie.  Duidelijkheid is niet hetzelfde als autoritair je wil opleggen.  Veiligheid kan op lichamelijk gebied liggen.  In verband hiermee zou men af moeten spreken dat men elkaar niet stompt, slaat, aan de haren trekt of de stoel onder iemand vandaan trekt,… Onveiligheid kan ook op emotioneel terrein liggen in de vorm van negatieve opmerkingen, dreigen met blijven zitten,… .

3. Goede communicatie.  Steeds minder ouders hebben tijd voor hun kinderen.  Ze kijken

liever naar de televisie.  Vaak werken vader en moeder beiden.  De ouders zijn ‘s avonds moe en willen ook wat ontspanning.  Het is begrijpelijk, maar gaat ten koste van de kinderen.  Dit alles hadden de ouders moeten weten voor ze gingen trouwen.  Er kan dus te weinig gecommuniceerd worden of op negatieve wijze.

Dreigen, rot- opmerkingen, negatief persoonsgerichte opmerkingen,… zijn allemaal autoritaire wijzen van gedrag, waardoor het kind een minderwaardigheidsgevoel overhoudt, niets durft te vragen,… . Als docent, begeleider,… moet men daar rekening mee houden.  Het  kind moet het vertrouwen in de mensheid en in de volwassenen weet terugkrijgen en het is geen eenvoudige opdracht dat tot stand te brengen.

4. Behoefte aan erkenning, respect en liefde.  Veel kinderen hebben het geovel dat niemand

van hen houdt, dat niemand iets in hen ziet.  Door tal van opmerkingen en gedragingen laten ouderen dit merken.  Het kind trekt daaruit de conclusie, dat hij ‘niet - okay’ is en nergens voor deugt.  Een helper of opvoeder moet het kind weer het gevoel geven dat hij als mens gewaardeerd wordt en niet op grond van zijn prestaties en resultaten.

Dit tonen van respect moet wederzijds zijn.  Het kind moet de helper respecteren, in ieder geval als mens.  Respecteren betekent niet dat men de ander op een voetstuk plaatst.  Respecteren betekent, dat men aanvaardt dat de ander op bepaalde gebieden wat meer weet, en misschien zelfs meer is, dan jezelf.

5. Stimulerende omgeving.  Veel kinderen leven in een fantasieloze omgeving, waarin niets gebeurt, waar zelden over iets interessants gepraat wordt, waar men op elkaar uitgekeken is en men elkaar niets meer te zeggen heeft.

BIJLAGE 1 : 

Hoe zie je jezelf? (door leerling in te vullen)

Zet een kruisje op het streepje, wat je kiest :

Vlot

Intelligent  

Zelfstandig

Gezond 

Bang 

Aardig

Sportief 

Rustig

Populair

Kan goed nee zeggen

Open, vrij  

Kan tegen een stootje

Kan goed praten

Ontspannen

Niet bang om te mislukken 

saai    

dom

 afhankelijk   

ziekelijk

niet bang

chagrijnig 

stijf- houterig, onhandig

zenuwachtig

weinig vrienden

durft geen nee te zeggen

geremd

snel gekwetst

slecht uit woorden komen

gespannen, bang

angstig om te mislukken

BIJLAGE 3 : LEREN SPANNEN EN ONTSPANNEN :

Er bestaan verschillende manieren om je te ontspannen:

Liggend ontspannen : De beste houding om je goed te ontspannen is op de grond gaan liggen, op je rug, de voeten iets uit elkaar en naar buiten laten hangen, de armen naast het lichaam met de handpalmen naar boven en de vingers iets gekromd.  Het beste is geen knellende kleren aan te hebben en geen strakke riem om je middel, anders kun je niet goed met je buik ademhalen.  De kamer moet eigenlijk wat verduisterd zijn.  Dit om een beter resultaat te kunnen verkrijgen.  De persoon moet zich vervolgens op allerlei delen van het lichaam concentreren en proberen de spieren te ontspannen en een zwaar en warm gevoel in al die delen van het hele lichaam te voelen.  Als je het goed doet, voel je je zo zwaar als lood worden, alsof je door de grond dreigt te zakken

Zittend ontspannen :

Als de persoon zit, moet hij ontspannen in een gemakkelijke leunstoel zitten, lekker onderuit, benen uit elkaar en niet over elkaar geslagen.  Hij kan zijn handen op zijn bovenbenen of op de stoelleuning leggen.  Hij moet zijn schouders ontspannen laten hangen; 

Men ook in kleermakerszit gaan zitten; de benen gekruist, de handen op de knieën, rechtop zittend, rustig in- en uitademend, de ogen gesloten. 

Men kan ook recht op een gewone stoel zitten, maar dan moet deze wel zo hoog zijn, dat men de voeten gemakkelijk op de grond kan plaatsen zodanig dat de bovenbenen evenwijdig aan de vloer lopen.  De handen legt men op de bovenbenen.  Men sluit de ogen, laat de schouders hangen en houdt het hoofd rechter.  Als men het hoofd goed rechtop houdt, kost dit weinig moeite.  Tevens kan men heel rustig in- en uitademen.  Bij deze methode mag men niet achterover leunen tegen de stoelleuning. 

Een andere houding is de koetsiershouding.  Daarbij heeft men de voeten een beetje naast elkaar, de handen in de schoot gevouwen of naast elkaar in de schoot liggen en het hoofd laat man wat voorover hangen en de ogen dicht.  Ook de schouders moet men laten hangen.  

Staand ontspannen :

Bij het staan kan men de voeten iets naar buiten draaien en een weinig uit elkaar houden.  Men laat de schouders ontspannen hangen, evenals de armen en handen.  Tevens blijft men rustig in- en uitademen.  Dit is een erg goede uitgangshouding bij het beantwoorden van vragen voor het bord of houden van een gespreksbeurt.  Deze manier van staan moet men oefenen.  Men moet de grond goed voelen en voelen dat men er stevig staat.  Eerst met de ogen dicht.  Later met open ogen. 

Het beste kan men met liggen beginnen, dan met ontspannen zitten in een leunstoel, dan met de koetsiershouding of rechtop zittend op een gewone stoel en daarna met het ontspannen staan.

Faalangst betekent dus dat men bang is om te falen of te mislukken.  

Het is een angst die optreedt als men iets moet doen waarbij men een prestatie moet leveren en waarbij men kan mislukken.  Faalangst is ondermeer een product van de omgeving en de opvoeding. 

De individuele aanpak is heel ruim, maar het belangrijkste is dat de personen zichzelf, hun eigen mogelijkheden en beperkingen beter leren kennen en er mee omgaan.  

Het is zeker geen gemakkelijke taak en het zal veel inzet en energie van de persoon vragen. 

BIBLIOGRAFIE :

Pieter Langedijk, Faalangst, 1980, Ankh- Hermes bv- Deventer, p. 184 Ard Nieuwenbroek, Sander Reinalda, José De Vries, Handboek faalangsttraining, 1998, KPC Groep ‘s Hertogenbosch, p; 158

Dreesen Hilde  (2001)