Behandeling Agressief gedrag

Agressie bevorderende factoren:

Interculturele invloeden

  1. Harde disciplinerings praktijken
  2. Gebrek aan warmte
  3. Aanwezigheid van agressieve modellen (buurtruzies e.d.)
  4. Waardering voor agressie (opvatting: sla er maar op)
  5. Invloed van stressoren.
  6. Sociaal isolement.
  7. Onstabiele groep van leeftijdsgenoten.
  8. Gebrek aan cognititie stimulatie.

De diepere oorzaak van agressieve stoornissen is er niet bij te horen.

Doel van behandeling van agressief gedrag

  1. De hulp richt zich op het verminderen van onaangenaam gedrag en het aanleren van nieuwe vaardigheden.
  2. Het verzachten van het persoonlijk lijden van kind en omgeving.
  3. Het verbeteren van persoonlijke sociale vaardigheden van kind en omgeving.

Stappen in de opbouw van een behandelingsstrategie voor agressief gedrag (volgens J. van Acker)

  1. Kijken naar de opvoedingssituatie.
  2. Vorm van agressieve gedragingen.
  3. Sociale verwerping van leeftijdsgenoten en omgeving.

Behandeling van faalangst

Het opbouwen van een reŽel beeld van de bekwaamheid van een kind. Na uitleg van leerstof,  mogelijkheden tot oefening geven, voordat er getoetst wordt. Duidelijk de taakaspecten, doel, voorkennis en oplossingsweg controleren. Er voor zorgen dat de attributies (de redenen waaraan je succes toeschrijft) van het kind afgestemd zijn op de situaties. Interne stabiele attributies zijn belangrijk.

Het kind moet het gevoel krijgen, dat hij ongeacht de prestaties de moeite waard is. Begeleiding van de thuissituatie is van belang.

Behandeling via een RIAGG. 

School: faalangstreductie training.

Een optimale prestatiemotivatie ontstaat, bij een combinatie van hoge prestatiemotivatie en lage faalangst. 

Een actief faalangstige motivatie ontstaat bij een combinatie van hoge prestatiemotivatie en hoge faalangst. 

Een passief faalangstige motivatie ontstaat bij een combinatie van lage prestatiemotivatie en hoge faalangst. 

De apathische motivatie ontstaat bij een combinatie van lage prestatiemotivatie en lage faalangst.

  1. Kijken naar hechtingsgedrag.
  2. Disciplinering.
  3. Sociale vaardigheid.
  1. Relatie met het kind te verbeteren. (modeling)
  2. Ondersteuning van de disciplinering. (beloningssysteem, gedragscontract)
  3. Sociale vaardigheden aanleren.
  1. Observatie.
  2. Navragen.
  1. Longitudinaal onderzoek. (Tijdens het leven van het kind meetpunten aanbrengen)

Behandeling (volgens Delfos)

Als de symptomen het gevolg zijn van een gedragsprobleem. D.w.z. dat de problemen terug te herleiden zijn tot problemen in de psychologische- of pedagogische relatie, dan is het belangrijk om de omgevingsfactor vast te stellen, dus wat is er met de omgeving van het kind aan de hand, waarna hulp aangeboden kan worden.