Dyslexie diagnostiek
 
1. Bij de diagnostiek van dyslexie hoort een recent capaciteiten onderzoek (WISC III 2002 NL of de WAIS)
2. Om in aanmerking te komen voor een dyslexieverklaring dient het kind minimaal 1/2 jaar remediale begeleiding te hebben gekregen zonder enig resultaat. Hiervoor is het nodig dat u een bewijs vraagt van de remediale begeleider/begeleidster van de basis school of V.O. inclusief alle resultaten van de reeds afgenomen CITO-toetsen.
4. Om voor dyslexievergoeding in aanmerking te komen, kunt u dit bij uw ziektekostenverzekeraar aanvragen voor uitsluitend kinderen uit groep 3. (Volgend schooljaar groep 3 en 4)
Dit kan niet achteraf! Dus eerst aanvragen.

Dyslexie diagnostiek: advies van het ministerie van onderwijs en wetenschappen.
U dient ook onderscheid te maken tussen een woord- en spellingszwak kind (een pseudo- dyslectisch kind) enerzijds en een dyslectisch kind anderzijds
(Dyslexie, een praktische gids voor scholen voor voortgezet onderwijs)
 
Een goede diagnose bestaat uit 3 onderdelen:
  1. De onderkennende diagnose
  2. De verklarende diagnose
  3. De handelingsgerichte diagnose.
De onderkennende diagnose bevat 5 criteria waaraan moet worden voldaan:
lezen: getoetst wordt op woord en tekstniveau.
Is er sprake van achterstand? 
De mate van achterstand, korte beschrijving van het leesgedrag m.b.t. tempo en nauwkeurigheid (tempo laag, groot aantal fouten, radende spellende leesstijl)
spelling: 
Spellingsachterstand, mate van spellingsachterstand, korte beschrijving van het spellingsgedrag (m.b.t. tempo) leesbaarheid, soorten fouten en aantal fouten.
Er kan sprake zijn van een zwakke, niet geautomatiseerde woordbeeldidentificatie. Er kunnen problemen zijn met de automatisering van schriftbeeldvorming.
De verklarende diagnose bevat 3 kenmerken waaraan voldaan moet worden.
  1. Ze bekijkt of er tekorten aantoonbaar zijn in de fonologische klankverwerking
  2. Tekorten in de toegankelijkheid van taalkennis in het bijzonder en de kennis t.a.v. symbolen (natuurkunde wiskunde)
  3. Tekorten inde automatisering van complexe vaardigheden
De uitspraken worden gedaan op basis van gegevens die verkregen zijn met controleerbaar betrouwbare psychodiagnostische instrumenten en procedures
Aangegeven moet worden dat de stoornis niet het gevolg mag zijn van omgevingsfactoren, zoals een tekort aan onderwijs of van onderwijs op een te hoog niveau.
De handelingsgerichte diagnose heeft tot doel aangrijpingspunten voor behandeling vast te stellen, die leiden tot een oplossing of vermindering van onderwijsbelemmeringen
Onderscheid wordt gemaakt in taakrelevante aangrijpingspunten en taakgerichte aangrijpingspunten.
Taakrelevante aangrijpingspunten: frustratie van talent, aan en afwezigheid van compensatiemogelijkheden, het sociaal- emotioneel functioneren en al dan niet voorkomen van leer-en werkhoudingsproblemen.
Taakgerichte aangrijpingspunten: keuzes m.b.t. remediŽren, compenseren en dispenseren.
Compensatiemogelijkheden: letten op: cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden, emotionele stabiliteit, motivatie, algemeen taak-aanpak gedrag, meta-cognitieve vaardigheden, leesredzaamheidstrategieŽn.
Taakgerichte behandelpunten :
Toelichting waarom dit voor de leerling opgaat Te denken is aan:
Taakrelevante behandelingspunten:
Toelichting waarom dit punt voor deze leerling opgaat Te denken is aan:
Als op alle 3 niveaus onderzoek is gedaan volgt de conclusie: dyslexie.
Diagnostiek volgens Dumont
Dumont pleit in het boek: Dyslexie theorie, diagnostiek, behandeling voor een volgend onderzoek bij dyslexie:
∑        Achterstand vast stellen in lezen en spellen
∑        Intelligentieniveau vaststellen
∑        Taalproblemen nader onderzoeken
∑        Mogelijke oorzaken vaststellen
Belangrijk  hierbij is:
Het diagnostisch proces kent volgens Dumont twee aspecten n.l. het afnemen van de anamnese en het toepassen van tests om bij het kind vast te stellen welke de actuele stand is van functies, capaciteiten, prestaties.
Hieronder vallen:
Onder de anamnese verstaat Dumont in kaart brengen van:
De anamnese komt tot stand in samenwerking met ouders, onderwijzers.
Onder het diagnostisch onderzoek vallen:
Anamnese:
De taalontwikkeling neemt een speciale plaats in.
∑        Verstaanbaar praten
∑        Uitspreken van bepaalde woorden
∑        Het onthouden van woorden en vinden van woorden
∑        Vloeiendheid bij woordvorming en zinsbouw.
∑        Het maken en of/ onthouden van rijmpjes, versjes, liedjes.
∑        Spraak in het algemeen.
Diagnostisch onderzoek:
           Dumont gaat uit van intelligentieprofielen bij dyslexie. 
In Dyslexie 1990
gaat hij nog uit van een verschil van 15 punten tussen verbaal en performaal IQ . Performaal zou het hoogst gescoord worden, concentratie het laagst en het verbale zou er tussen in zitten. In Leerstoornissen deel 1 1994 beschrijft hij onderzoeken van Fletcher en Satz , van der Vlugt. Waarbij weer andere profielen te voorschijn komen. Indelingen in subgroepen staan ter discussie.                                                         
In het volgend overzicht geeft Dumont weer welke onderdelen voor lezen en spellen het meest relevant zijn: nadruk op temporele orde waarneming (intra -en intermodaal leren ) de auditieve voorwaarden (analyse synthese, combinatie, woordherkenning enz.) en het morfologische aspect. (syntaxis, semantiek, woordenschat)
Letters lezen, woorden lezen, zinnen lezen, tekst lezen, stillezen.
Belangrijk is dat men de volgende gegevens verzamelt:
1.      op welk procesniveau het lezen zich bevindt; voorbereidend , aanvankelijk, beginnend, spellend, herkennend, de context benuttend.
2.      Wat de geschatte omvang is van het aantal woorden dat herkennend gelezen wordt.
3.      of het kind impliciet de leesregels kent, expliciet de aangeleerde leesregels toepast.
4.      of er sprake is van contextbenutting op het niveau van zinnen, verhalen.
5.      of er sprake is van aarzelend, tastend lezen.
6.      wat de fouten zijn die het kind op woordniveau maakt, gezien de foutenanalyse